| Concept |
Card/Conf |
Id |
 |
Bouwstenen |
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft de generieke bouwstenen die in de specifieke bouwstenen worden gebruikt. |
 |
 |
Patient |
|
1 … 1 Mandatory |
hg-dataelement6.10.0- link
|
|
Rootconcept van de bouwsteen Patiënt. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen
van de bouwsteen Patiënt.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
De naamgegevens van de patiënt. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Officiële voornamen van de persoon. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Initialen van de persoon. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
De naam waarmee de persoon gebruikelijk aangesproken wordt. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Dit concept geeft de achternaam of volgorde van achternamen aan waarmee de persoon
aangesproken of aangeschreven wil worden.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Container van het concept Geslachtsnaam. Deze container bevat alle gegevenselementen
van het concept Geslachtsnaam
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Bij de eigen achternaam behorende voorvoegsels. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Officiële achternaam van de persoon. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Container van het concept GeslachtsnaamPartner. Deze container bevat alle gegevenselementen
van het concept GeslachtsnaamPartner.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Bij de achternaam van de partner behorende voorvoegsels |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Officiële achternaam van de partner. |
|
|
0 … * Required |
|
|
Adresgegevens van de patiënt. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Straatnaam van het adres. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Huisnummer van het adres. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Een alfabetisch teken achter het huisnummer zoals dit door het gemeentebestuur is
toegekend.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Die letters of tekens die noodzakelijk zijn om, naast het huisnummer en de letter,
de brievenbus te vinden.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Postcode van het adres. Bij Nederlandse adressen bij voorkeur de postcode uit de Postcodetabel (OID: 2.16.840.1.113883.2.4.4.15)
gebruiken.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Een geografisch bepaald gebied dat een deel is van het gemeentelijke grondgebied. Bij Nederlandse woonplaatsen bij voorkeur de naam uit de GBA tabel 33 (OID: 2.16.840.1.113883.2.4.6.14)
gebruiken.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Land waar het adres zich bevindt. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Extra informatie zoals naam van het gebouw, gebouwnummer, ingang, routenummer. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Telefoonnummer(s) of e-mailadres(sen) van de patiënt. |
|
|
0 … * Required |
|
|
Container van het concept Telefoonnummers. Deze container bevat alle gegevenselementen
van het concept Telefoonnummers.
|
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Een telefoonnummer van de persoon. |
|
|
0 … * Required |
|
|
Container van het concept EmailAdressen. Deze container bevat alle gegevenselementen
van het concept Emailadressen.
|
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Een e-mailadres van de persoon |
|
|
0 … * Conditioneel |
|
|
Identificatienummer van de patiënt. Bij overdrachtsituaties dient het gebruik van
het burgerservicenummer (BSN) in overeenstemming te zijn met de 'Wet gebruik burgerservicenummer
in de zorg (Wbsn-z)'. In andere situaties kunnen andere nummersystemen gebruikt worden,
zoals bijv. interne ziekenhuis patiëntnummers.Burgerservicenummer (OID: 2.16.840.1.113883.2.4.6.3)
|
|
| Card/Conf |
Conditie |
| 0 … * Required |
patientidentificatie |
| 0 … 1 Required |
BSN |
|
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Geboortedatum van de patiënt. Bij een patiënt is de geboortedatum verplicht. Vage
datum (bv. alleen jaar) is toegestaan.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Administratief geslacht van de patiënt. |
 |
 |
Contactpersoon |
|
0 … * Required |
|
|
Rootconcept van de bouwsteen Contactpersoon. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen
van de bouwsteen Contactpersoon.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Naamgegevens van contactpersoon. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Bevat de gehele naam zoals deze moet worden weergegeven bijv. in een applicatie UI.
Deze representatie kan worden gespecificeerd in plaats van of naast de naamdelen.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Telefoonnummer en/of e-mailadres van contactpersoon. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Container van het concept Telefoonnummers. Deze container bevat alle gegevenselementen
van het concept Telefoonnummers.
|
|
|
1 … 1 Required |
|
|
Een telefoonnummer van de persoon. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Definieert de familiaire relatie van de contactpersoon tot de patiënt. |
 |
Envelop |
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft alle relevante gegevens in de envelop conform de richtlijn. |
 |
 |
Patiëntgegevens |
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft de gegevens van de patiënt en de eventuele gegevens over de contactpersonen
van de patiënt.
|
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Rootconcept van de bouwsteen Patiënt. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen
van de bouwsteen Patiënt.
|
|
|
0 … * Required |
|
|
Rootconcept van de bouwsteen Contactpersoon. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen
van de bouwsteen Contactpersoon.
|
 |
 |
Verzender |
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft de volledige identificatie- en contactgegevens van de verzender van het bericht.
In de HASP-richtlijn van de NHG is aangegeven dat de beheerder meestal de verzender
is van het bericht.
Binnen de informatiestandaard huisartsenzorg wordt de beheerder altijd beschouwd als
de verzender.
|
|
|
0 … * Required |
|
|
Rootconcept van de bouwsteen Zorgverlener. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen
van de bouwsteen Zorgverlener. Bij verwijzing naar deze bouwsteen kan tevens de rol die de zorgverlener in het zorgproces
vervult, worden meegegeven. Voor zorgverleners kan dit bijvoorbeeld hoofdbehandelaar
of verwijzer zijn
|
 |
 |
 |
|
ZorgverlenerIdentificatienummer |
|
1 … * Mandatory |
|
|
Het zorgverleneridentificatienummer is een nummer dat de zorgverlener uniek identificeert.
In de Nederlandse situatie worden de volgende nummers gebruikt: 1. Zorgverlener UZI. Identificatie van zorgverleners (natuurlijke personen) in de
Nederlandse zorgsector. 2. VEKTIS AGB-Z. Dient ter identificatie van zorgverleners en zorgverlenende organisaties 3. BIG-ID. Het ID van de in het BIG Register opgenomen zorgverlener.
Voor medisch personeel of verzorgenden die niet in het BIG register zijn opgenomen
mogen bij implementaties eventueel andere nummers worden gebruikt. Voor buitenlandse
zorgverleners zijn deze gegevens niet voorhanden.
BIG register inschrijvingsnummer (OID: 2.16.528.1.1007.5.1)
UZI nummer natuurlijke personen (OID: 2.16.528.1.1007.3.1)
Vektis AGB-zorgverlener tabel (OID: 2.16.840.1.113883.2.4.6.1)
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Medisch specialisme van de zorgverlener. Het betreft hierbij de erkende medische specialismen
zoals vermeld in de wet BIG. Bijvoorbeeld huisarts of cardioloog.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Telefoonnummer(s) of e-mailadres(sen) van de zorgverlener. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Container van het concept Telefoonnummers. Deze container bevat alle gegevenselementen
van het concept Telefoonnummers.
|
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Een telefoonnummer van de persoon. |
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
De organisatie waarbij de zorgverlener werkzaam is. |
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Rootconcept van de bouwsteen Zorgaanbieder. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen
van de bouwsteen Zorgaanbieder.
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
ZorgaanbiederIdentificatienummer |
|
1 … * Required |
|
|
Identificerend nummer van de organisatie. Voor Nederlandse zorgaanbieders wordt hiervoor,
indien mogelijk, het URA nummer of het AGB nummer gebruikt. Afhankelijk van de context
zijn ook andere ID's mogelijk. Voor buitenlandse of niet aangesloten zorgaanbieders
kan een ander uniek identificerend nummer gebruikt worden. Dit moet vergezeld gaan
met de naam en/of code van de uitgevende organisatie.
UZI register abonneenummer (URA) (OID: 2.16.528.1.1007.3.3)
Vektis AGB-zorgverlener tabel (OID: 2.16.840.1.113883.2.4.6.1)
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Naam van de organisatie. Indien een identificatienummer meegegeven wordt, moet de
naam overeenkomen met de naam die bij het identificatienummer hoort.
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Rootconcept van de bouwsteen Zorgaanbieder. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen
van de bouwsteen Zorgaanbieder.
|
 |
 |
 |
|
ZorgaanbiederIdentificatienummer |
|
1 … * Required |
|
|
Identificerend nummer van de organisatie. Voor Nederlandse zorgaanbieders wordt hiervoor,
indien mogelijk, het URA nummer of het AGB nummer gebruikt. Afhankelijk van de context
zijn ook andere ID's mogelijk. Voor buitenlandse of niet aangesloten zorgaanbieders
kan een ander uniek identificerend nummer gebruikt worden. Dit moet vergezeld gaan
met de naam en/of code van de uitgevende organisatie.
UZI register abonneenummer (URA) (OID: 2.16.528.1.1007.3.3)
Vektis AGB-zorgverlener tabel (OID: 2.16.840.1.113883.2.4.6.1)
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Naam van de organisatie. Indien een identificatienummer meegegeven wordt, moet de
naam overeenkomen met de naam die bij het identificatienummer hoort.
|
 |
 |
Ontvanger |
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft de volledige identificatie- en contactgegevens van de ontvanger van het bericht.
In de HASP-richtlijn wordt de ontvanger aangeduid met de geadresseerde.
|
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Rootconcept van de bouwsteen Zorgaanbieder. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen
van de bouwsteen Zorgaanbieder.
|
 |
 |
 |
|
ZorgaanbiederIdentificatienummer |
|
1 … * Mandatory |
|
|
Identificerend nummer van de organisatie. Voor Nederlandse zorgaanbieders wordt hiervoor,
indien mogelijk, het URA nummer of het AGB nummer gebruikt. Afhankelijk van de context
zijn ook andere ID's mogelijk. Voor buitenlandse of niet aangesloten zorgaanbieders
kan een ander uniek identificerend nummer gebruikt worden. Dit moet vergezeld gaan
met de naam en/of code van de uitgevende organisatie.
UZI register abonneenummer (URA) (OID: 2.16.528.1.1007.3.3)
Vektis AGB-zorgverlener tabel (OID: 2.16.840.1.113883.2.4.6.1)
|
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Naam van de organisatie. Indien een identificatienummer meegegeven wordt, moet de
naam overeenkomen met de naam die bij het identificatienummer hoort.
|
|
|
1 … 1 Required |
|
|
De type zorgaanbieder, bijvoorbeeld algemeen ziekenhuis en verpleeghuis. Indien dit
veld gevuld is en voor het ZorgaanbiederIdentificatieNummer een AGB code gebruikt
wordt dient het type overeen te komen met het type dat impliciet in de AGB code opgenomen
is.
|
 |
 |
Bestemmingsgegevens |
|
0 … 1 Required |
|
|
Dit is een groep gegevens over de bestemming waar de patiënt
naar toe gaat.
|
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft de status van de ambulance naar deze bestemming. De waarden
zijn:
- Actief = patiënt is onderweg naar de bestemming.
- Geannuleerd = patiënt gaat niet meer naar de bestemming. Dit is het
laatste bericht van de ambulance naar de bestemming.
- Overgedragen = patiënt is overgedragen aan de bestemming. Dit is
het laatste bericht van de ambulance naar de bestemming.
|
 |
|
Ritnummer |
|
1 … 1 Required |
|
|
Het ritnummer bestaat uit een aantal onderdelen die worden gescheiden door een koppelteken
"-". De structuur is [ambulancevoorziening-jaartal-ritvolgnummer-patiëntvolgnummer]
-
ambulancevoorziening N1..2 - Identificatienummer van de ambulancevoorziening
-
jaartal N4
-
ritvolgnummer N1..14 - Volgnummer van de rit, uniek binnen de ambulancevoorziening
en het jaartal
-
patiëntvolgnummer N1..2 - Volgnummer van de patiënt binnen de rit. Dit is alleen hoger
dan 1 als er meerdere patiënten vervoerd worden of als de rit is geannuleerd en vervolgens
wordt de patiënt opnieuw ingestuurd (zie toelichting).
Toelichting
Indien een patiënt wordt ingestuurd naar een ziekenhuis met een verkeerd BSN, dan
wordt deze rit geannuleerd. Het ritnummer heeft voor de extensie patiëntvolgnummer
1. Vanuit de ambulance wordt een nieuw bericht gestuurd met patiëntvolgnummer 2 en
het nieuwe BSN, dus een “andere” patiënt. De annulering van de rit is wel belangrijk,
want anders lijkt het alsof er 2 patiënten komen, wat in principe ook kan. Bij een
annulering van de rit moet er een nieuw ritnummer komen waarbij het patiëntvolgnummer
opgehoogd wordt met 1. Voorbeeld; Na 09-2023-1234567-1 komt 09-2023-1234567-2.
|
 |
|
Datum en tijd |
|
1 … 1 Required |
|
|
Geeft het tijdstip waarop de verzender het bericht afrondt en aanbiedt voor verzending.
Dit gegeven kan automatisch worden ingevuld door de verzendende applicatie.
|
 |
Kern |
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft de zorginhoudelijke kerngegevens van de berichten die genoemd zijn in de verschillende
NHG-richtlijnen voor verwijzing, update, ontslag, directe toegang en eindrapportage
voor paramedici.
|
 |
 |
RedenBericht |
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft de reden van de verwijzing of de update. Hierbij is de beschrijving als vrije tekst op aangeven van het NHG verplicht. Daarnaast kan er ook een ICPC-code van de episode worden meegestuurd, al dan niet
aangevuld met meer details over de vastlegging van de ICPC.
|
|
|
1 … 1 Mandatory |
|
|
Geeft aan waarom een zorgverlener (bijv. huisarts, paramedicus, medisch specialist,
ambulance verpleegkundige) de patiënt verwijst, en waarom op dit moment.
In de uitwisseling Ambulance - HAP vanuit de richtlijn NHG - Acute Zorg wordt dit
veld gemapt op de 'Reden van melding'.
In de richtlijnen HASP Medisch specialist en Paramedicus wordt dit veld in het updatebericht
van huisarts naar medisch specialist/paramedicus 'Reden bericht' genoemd.
De HASP-richtlijn (NHG) geeft aan:
'De huisarts bedenkt of de geconsulteerde naast de korte verwijsreden nog extra context
nodig heeft om het stokje goed te kunnen overnemen.
Vaak kan de reden van een verwijzing kort zijn: de huisarts verwijst omdat er afspraken
zijn om de noodzakelijke zorg in de tweede lijn te geven en het type verwijzing komt
vaak voor, zie ook de voorbeelden in het volgende kader. Belangrijk is om concreet
aan
te geven: • welk alarmsymptoom de huisarts ziet; • welk ongewone beloop het ziektebeeld vertoont. Of er speelt meer mee om deze patiënt op dit moment te verwijzen; de huisarts verwijst
omdat: • de klachten het functioneren van de patiënt te veel in de weg staan; • de thuissituatie hierom vraagt; • de huisarts de eigen koers onvoldoende vertrouwt; • de huisarts een oorzaak wil uitsluiten alvorens een andere weg in te slaan; • er sprake is van lastig te managen complexiteit. Juist deze aanvullingen zijn essentieel om de medisch specialist het juiste startpunt
te bieden.'
|
 |
|
IngesteldeBehandeling |
|
0 … * Required |
|
|
Geeft de ingestelde behandeling in het verwijsbericht, de update en het DT-bericht.
-
In de richtlijn HASP Paramedicus wordt dit veld in de verwijzing, de update door de
paramedicus en het DT-bericht 'Beleid, ingestelde behandeling' genoemd.
-
In de richtlijn HASP Medisch Specialist wordt dit veld in het ontslagbericht 'Beleid'
genoemd.
-
In de uitwisseling Ambulance - HAP vanuit de richtlijn NHG - Acute Zorg wordt dit
veld gemapt op het veld 'Beleid'
Zie voor het verwijsbericht en de update de HASP-medische specialist richtlijn en
HASP-paramedische richtlijn van het NHG. Zie voor het DT-bericht de HASP-paramedische richtlijn van het NHG.
|
 |
|
Diagnose / Conclusie |
|
0 … 1 Required |
|
|
Geeft de diagnose en/of conclusie.
In de HASP-paramedicus richtlijn (NHG) is aangegeven:
In de HASP-medische specialist richtlijn (NHG) is aangegeven:
In de HASP-GGZ richtlijn (NHG) is aangegeven:
-
In het bericht 'na intake' van de GGZ komt de diagnose en/of conclusie.
-
In het bericht 'kennisgeving overdracht behandeling' van de GGZ komt de diagnose en/of
conclusie.
-
In het bericht 'einde behandeling / voortgang' ontslagbericht van de GGZ komt de diagnose
en/of conclusie.
In de uitwisseling Ambulance - HAP vanuit de richtlijn NHG -
Acute Zorg wordt dit veld gemapt op de opsommingen van de titels van de toestandsbeelden
in de Ambulance.
|
 |
|
AfgesprokenMetPatient |
|
0 … 1 Required |
|
|
In de uitwisseling HA-paramedicus geeft de afspraken in de eindrapportage die de zorgverlener
heeft gemaakt met de patiënt over de eigen verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld dat
de patiënt zelf een afspraak maakt met de arts. Zie HASP-paramedicus richtlijn (NHG)
In de uitwisseling Ambulance - HAP vanuit de richtlijn NHG - Acute Zorg wordt dit
veld gemapt op het veld 'Afspraken met patiënt'.
|
 |
Dossiergegevens |
|
1 … 1 Required |
|
|
Geeft de gegevens die in het dossier staan. |
 |
 |
CommunicatieItem |
|
1 … * Required |
|
|
CommunicatieItem. Geeft meta-gegevens over de correspondentie. Communicatie-item is
een synoniem van correspodentie-item.
|
|
|
1 … * Required |
|
|
Document |
|
|
1 … 1 Required |
|
|
Nummer dat de instantiatie van de document wereldwijd uniek identificeert. Het nummer
is samengesteld uit een identificatie van de uitgevende organisatie en een door deze
organisatie toegekend uniek nummer
|
|
|
1 … 1 Required |
|
|
Identificatienummer van de set waar het document toe behoort |
|
|
1 … 1 Required |
|
|
Versienummer van het document |
|
|
1 … 1 Required |
|
|
Het bestandtype als mimetype, bijvoorbeeld "application/pdf" of "text/plain". Voor de verwijzing vanuit de Ambulance naar de Huisarts of Huisartsenpost is dit een
pdf.
|
|
|
1 … 1 Required |
|
|
Geeft de inhoud van de bijlage (blob) |
|
|
1 … 1 Required |
|
|
De bestandsnaam die het document heeft bij de verzender. |
|
|
0 … 1 Required |
|
|
Datum van het aanmaken van het document |
|
|
1 … 1 Required |
|
|
Geeft aan welk type document is toegevoegd. Op dit moment is de BSA lijst gekoppeld vanuit de Ambulance.
|