| Naam |
Details [‑] |
|
GebruiksInstructie
NL-CM-9.12.22504
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.22504 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Rootconcept van de sub-bouwsteen GebruiksInstructie. Dit
rootconcept bevat alle gegevenselementen van de bouwsteen
GebruiksInstructie.
|
|
|
AanvullendeInstructie
NL-CM-9.12.19944
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19944 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De aanvullende instructie bevat een aanvullend uitleg
over het gebruik of de overwegingen voor het huidige
voorschrift.
Het kan hier ook gaan om alle aanwijzingen voor
gebruik. De tekst kan afkomstig zijn van het oorspronkelijke "papieren"
medicatievoorschrift, maar kan ook gegenereerd worden uit de gecodeerde
gegevens.
Dit concept mag meer informatie bevatten dan
gestructureerd gecodeerd is in de onderliggende informatie, maar mag er niet
mee in tegenspraak zijn. De instructies mogen niet conflicteren met
andere onderdelen van het toedieningsverzoek.
De instructies kunnen
ook verwijzen naar een bestaand protocol.
De G-standaard bevat veel
teksten die dit attribuut kunnen ondersteunen, onder andere in G-standaard
tabel 362 waar de teksten uit de huisartsenstandaard WCIA tabel 25 zijn
opgenomen. Deze teksten kunnen desgewenst gebruikt worden om invulling te
geven aan dit concept.
|
| Waardendomein |
String |
|
|
Omschrijving
NL-CM-9.12.9581
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.9581 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Tekstuele omschrijving van de volledige
gebruiksinstructie inclusief de gebruiksperiode.
|
| Waardendomein |
String |
|
|
HerhaalperiodeCyclischSchema
NL-CM-9.12.22505
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.22505 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De herhaalperiode van een cyclisch schema (van één of
meer doseerinstructies). Een cyclisch schema wordt weergegeven in dagen, de
bijbehorende doseerduur is daarbij ook in dagen.
Voorbeelden van
een cyclisch schema: de anticonceptiepil (21 dagen 1 maal per dag 1
stuk, dan 7 dagen niet, dit herhalen), de herhaalperiode is hier 28 d
|
| Waardendomein |
Hoeveelheid |
| Voorbeeld |
28 d |
|
|
Toedieningsweg
NL-CM-9.12.19941
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19941 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De route waarlangs de medicatie wordt toegediend (oraal,
nasaal, intraveneus, et cetera).
|
| Waardendomein |
Code |
| Keuzelijst |
|
|
|
Doseerinstructie
NL-CM-9.12.22095
|
|
|
|
|
Doseerduur
NL-CM-9.12.22506
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.22506 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De beoogde tijdsduur voor deze doseerinstructie,
bjivoorbeeld 5 dagen of 8 weken. Bij medicatie voor onbepaalde duur
wordt in de laatste doseerinstructie de doseerduur leeg gelaten. Leeg
laten van doseerduur mag alleen bij medicatie voor onbepaalde
duur.
|
| Waardendomein |
Hoeveelheid |
| Voorbeeld |
5 dagen |
| Voorbeeld |
8 weken |
|
|
Volgnummer
NL-CM-9.12.22503
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.22503 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Deze geeft de volgorde van de doseerinstructies aan
binnen de medicatieafspraak.
|
| Waardendomein |
Aantal |
|
|
Dosering
NL-CM-9.12.19935
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19935 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De container van het concept Dosering. Deze container
bevat alle gegevenselementen van de concept
Dosering.
Instructies voor toediening van de medicatie aan de
toediener (de patiënt zelf, een verpleegkundige of andere hulpverlener).
Bij inventarisatie van medicatiegebruik beschrijft de dosering het
gebruikspatroon dat de patiënt met zichzelf heeft
afgesproken.
Als het doseerschema (spreiding van toedieningen
over de tijd) vast is en de keerdosis ook, dan is er een enkele
gebruiksinstructie.
Er kunnen meerdere parallelle
gebruiksinstructies opgenomen worden bij een wisselende
doseerhoeveelheid binnen de dag en bij een variabele
gebruiksfrequentie.
Er kunnen meerdere sequentiële
gebruiksinstructies opgenomen worden bij wisselende doseerhoeveelheden
binnen de periode en/of een wisselend doseerschema.
|
|
|
Toedieningssnelheid
NL-CM-9.12.19942
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19942 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De toedieningssnelheid wordt gebruikt bij de
langzame toediening van vloeistoffen. De meeteenheid is in de
praktijk vrijwel altijd ml/uur. Ook het opgeven van een interval
(bijv. 0-10 ml/uur) is een gebruikelijke
optie.
Bijvoorbeeld, bij toedieningssnelheid van 10ml/uur
geldt:
- aantal = 10,
- gebruikseenheid =
ml,
- tijdseenheid = uur
Optioneel is voor de eenheid in plaats van
gebruik van UCUM eenheden ook een vertaling toegestaan naar NHG
tabel Gebruiksvoorschriften (tabel 25). |
|
|
Bereik
NL-CM-2017-148
|
|
|
| Id |
NL-CM-2017-148 (2017‑12‑31)
|
| Concept verwijst naar |
NL-CM-20.1.1 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Rootconcept van de subbouwsteen Bereik. Dit
rootconcept bevat alle gegevenselementen van de subbouwsteen
Bereik.
|
| Relatie |
|
|
|
Toedieningsduur
NL-CM-9.12.23141
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.23141 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De toedieningsduur
definieert de tijdsduur gedurende welke het medicijn wordt
toegediend en wordt voornamelijk gebruikt bij de langzame
parenterale toediening van vloeistoffen. Optioneel is voor de eenheid in plaats van
gebruik van UCUM eenheden ook een vertaling toegestaan naar NHG
tabel Gebruiksvoorschriften (tabel 25)
|
|
|
Bereik
NL-CM-2017-149
|
|
|
| Id |
NL-CM-2017-149 (2017‑12‑31)
|
| Concept verwijst naar |
NL-CM-20.1.1 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Rootconcept van de subbouwsteen Bereik. Dit
rootconcept bevat alle gegevenselementen van de subbouwsteen
Bereik.
|
| Relatie |
|
|
|
Keerdosis
NL-CM-9.12.19940
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19940 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De keerdosis definieert de dosis per inname of
toediening.
De dosering wordt beschreven in de bij het
product behorende eenheid, zodat het meestal een aantal stuks of
doses betreft. Voor vloeistoffen en andere deelbare producten zal
meestal een volumemaat (bij voorkeur "ml") worden
gebruikt.
De voorschrijver zal de dosering in veel gevallen
willen aangeven in gewichtseenheden van de werkzame stof.
Als niet het product, maar alleen de stof is aangegeven,
dan wordt de hoeveelheid van die stof opgegeven. Paracetamol 1000mg
is dan equivalent aan Paracetamol 500mg tablet, 2 tabletten (of
stuks).
De dosering wordt soms aangegeven in een
berekening, waarin vaak het lichaamsgewicht of het lichaamsoppervlak
van de patiënt als parameter gebruikt wordt. De berekening blijft
echter niet meer dan een hulpmiddel om tot een beslissing te
komen.
Bij continue toediening wordt naast de
toedieningssnelheid (inloopsnelheid) soms ook de keerdosis opgegeven
(bv. 20ml in een spuit of 500ml in een zak), maar vaak ook
weggelaten.
Ook een algemeen doseeradvies zoals 'Gebruik
volgens protocol' of 'Zie gebruiksaanwijzing' kan adequaat zijn. Ook
dan wordt geen keerdosis opgegeven.
Optioneel is voor de eenheid in plaats van gebruik van UCUM
eenheden ook een vertaling toegestaan naar NHG tabel
Gebruiksvoorschriften (tabel 25). |
|
|
Bereik
NL-CM-2017-150
|
|
|
| Id |
NL-CM-2017-150 (2017‑12‑31)
|
| Concept verwijst naar |
NL-CM-20.1.1 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Rootconcept van de subbouwsteen Bereik. Dit
rootconcept bevat alle gegevenselementen van de subbouwsteen
Bereik.
|
| Relatie |
|
|
|
Zonodig
NL-CM-9.12.22512
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.22512 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Zo nodig betekent dat de toediening alleen onder
een bepaalde voorwaarde wordt uitgevoerd. Zie ook de sectie
Instructions voor meer informatie over het gebruik.
|
|
|
Criterium
NL-CM-9.12.19945
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19945 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De voorwaarde voor het toedienen van een
medicament kan zijn:
- een fysiologische meetwaarde
(plasma glucose concentratie, lichaamstemperatuur,
bloeddruk);
- een symptoom of andere omstandigheid
(bij hoofdpijn, bij jeuk).
Relevante
b-codes uit Tabel25 vormen de waardelijst om dit concept
gecodeerd door te geven. Daarbij moet altijd ook de tekstuele
omschrijving van die code meegegeven worden. Fysiologische
meetwaarden of andere voorwaarden die niet in de b-codes van
Tabel25 voorkomen, hoeven niet gecodeerd te worden. Deze kunnen
uitgedrukt worden in vrije tekst in het concept
omschrijving.
|
| Waardendomein |
Code |
| Keuzelijst |
|
|
|
MaximaleDosering
NL-CM-9.12.19946
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19946 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Een maximale dosering maximaliseert (in tijd)
het gebruik van een middel in een 'zo nodig'
voorschrift. Optioneel is voor de
eenheid in plaats van gebruik van UCUM eenheden ook een
vertaling toegestaan naar NHG tabel Gebruiksvoorschriften
(tabel 25). |
| Waardendomein |
Hoeveelheid |
| Voorbeeld |
maximaal 200 ml per week |
| Voorbeeld |
maximaal 6 stuks per dag |
|
|
Toedieningsschema
NL-CM-9.12.19948
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19948 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De specificatie van de tijdsmomenten waarop het
medicament toegediend wordt of zal worden. De wijze waarop dit wordt
weergegeven is:
- Tijdstip(pen) (16:00) of gebeurtenissen
("voor het eten") waarop het medicament dagelijks ingenomen
moet worden.
- Een specifiek aantal keren dat het
medicament dagelijks ingenomen moet worden ("3x per dag"),
aangeduid met de frequentie
- Een tijdsafstand tussen
opeenvolgende innames ("Elke 2 uur", "elke 3 dagen"),
aangeduid met Interval.
- Combinaties van periodes met
een interval en een duur ("Gedurende drie van vier weken
dagelijks 1 : het pilschema")
Als een
medicament niet dagelijks ingenomen moet worden, kan het voorgaande
gecombineerd worden met dagaanduidingen:
- Een of meerdere
weekdagen waarop de toediening moet plaatsvinden ("maandag,
woensdag, vrijdag")
- "3 keer per week", "2 keer per
maand".
Standaard zal de gespecificeerde
toediening "oneindig" herhaald worden tot:
- De einddatum
en tijd bereikt is
- De totale toedieningsduur bereikt
is (gedurende 14 dagen)
- Een specifiek aantal
toedieningen bereikt is ("20 giften), op te geven in het
concept Frequentie.
|
|
|
Frequentie
NL-CM-9.12.19949
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19949 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De frequentie geeft het aantal doseermomenten
per tijdseenheid, meestal per dag. Als dit gegeven is opgenomen,
dan zal het Interval niet zijn opgegeven. Meestal bestaat
frequentie uit zowel aantal als tijdseenheid (3 maal per dag),
maar het kan ook zonder tijdseenheid voorkomen
(éénmalig).
Er wordt dan een redelijke verdeling over
de dag verwacht, maar dit komt niet heel precies en wordt aan de
patiënt overgelaten. Het is de gebruikelijke manier van
voorschrijven extramuraal. Bij baxteren en intramuraal wordt uit
een dergelijk voorschrift daarna een (locatiegebonden)
uitwerking gemaakt in uitdeeltijden (logistiek).
De
tijdseenheid van de frequentie moet gelijk zijn aan hoe deze is
weergegeven in de tekstuele weergave van de dosering.
Bijvoorbeeld: bij dosering '2 maal per dag...'
geldt:
- aantal = 2
- tijdseenheid =
'dag'.
bij dosering '3 maal per
week...' geldt:
- aantal = 3
- tijdseenheid =
'week'.
Optioneel is voor de eenheid
in plaats van gebruik van UCUM eenheden ook een vertaling
toegestaan naar NHG tabel Gebruiksvoorschriften (tabel
25)
|
|
|
Bereik
NL-CM-2017-151
|
|
|
| Id |
NL-CM-2017-151 (2017‑12‑31)
|
| Concept verwijst naar |
NL-CM-20.1.1 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Rootconcept van de subbouwsteen Bereik.
Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen van de
subbouwsteen Bereik.
|
| Relatie |
|
|
|
Weekdag
NL-CM-9.12.19952
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19952 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Weekdag definieert een patroon van
toedieningen op vaste weekdagen.
|
| Waardendomein |
Code |
| Keuzelijst |
|
| Voorbeeld |
Maandag |
|
|
Dagdeel
NL-CM-9.12.19953
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19953 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Dagdeel: ochtend, middag, avond,
nacht.
|
| Waardendomein |
Code |
| Keuzelijst |
|
| Voorbeeld |
Ochtend |
|
|
Toedientijd
NL-CM-9.12.19951
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19951 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
De toedientijd is een specifieke (klok)tijd
op de dag. Deze tijd is meestal niet exact (bedoeld). Er kunnen
meerdere inname tijdstippen op een dag zijn.
De beoogde
toedientijd kan ook als dagdeel worden aangegeven (ochtend,
middag, avond, nacht). De toedientijd blijft dan leeg, waarbij
het dagdeel vastgelegd kan worden in het concept Dagdeel.
|
| Waardendomein |
Datum/tijd |
| Voorbeeld |
07:30 |
|
|
Interval
NL-CM-9.12.19950
|
|
|
| Id |
NL-CM-9.12.19950 (2017‑12‑31)
|
| Omschrijving |
Het interval geeft de tijd tussen
doseermomenten weer. Als dit gegeven is opgenomen, dan zal de
Frequentie niet zijn opgegeven.
Voorbeelden
: elke 4 uur, om de 3 weken.
De tijdstippen kunnen nu
vrij gekozen worden, maar de verdeling over de dag komt nauwer
en het interval tussen de tijdstippen is belangrijk (bv.
antibiotica) Bij baxteren en intramuraal wordt uit een
dergelijk voorschrift daarna een (locatiegebonden) uitwerking
gemaakt in uitdeeltijden (logistiek).
|
| Waardendomein |
Hoeveelheid |
|
|