Terug naar index  <<  Terug naar scenario's

final Scenario nl.zorg.VermogenTotMondverzorging 2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.7.3.4.13

Naam Details [‑]
final nl.zorg.VermogenTotMondverzorging
NL-BS-SC-4.13
Versie / ingangsdatum 3.1 - 2017‑12‑31
Omschrijving

Concept

Zelfstandig de mond kunnen verzorgen is een onderdeel van zelfzorg. Het gaat hierbij om tweemaal daags poetsen van de tanden en kiezen met fluoride tandpasta en/of het reinigen van het (gedeeltelijk) kunstgebit en het reinigen van een kaak zonder tanden of kiezen (edentate kaak) en het verzorgen van het mondslijmvlies.
Beperkingen in dit vermogen duiden op een verminderde zelfredzaamheid op dit gebied.
Deze activiteit wordt samen met activiteiten zoals onder andere eten, zich kleden en zich wassen, ook aangeduid als algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Dit zijn de handelingen die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten. De mate waarin een persoon al deze activiteiten zelfstandig kan verrichten zijn een maat voor de totale zelfredzaamheid.

(Bron: Instructiekaart Mondverzorging, 2011)

Purpose

Problemen met de mondgezondheid kunnen aanleiding voor ondervoeding of ziekte zijn: wanneer het eten wordt bemoeilijkt, worden onvoldoende voedingsstoffen opgenomen. Ook sociaal kan een slecht gebit veel consequenties hebben, bijvoorbeeld niet meer goed kunnen praten, niet fris uit de mond ruiken of zich schamen voor haar/zijn uiterlijk.
Informatie over beperkingen in het vermogen om zelfstandig de mond te kunnen verzorgen is van belang bij het bepalen van de aard en intensiteit van de zorg die aan de patiënt geboden moet worden. In een overdrachtsituatie biedt het de ontvangende organisatie de mogelijkheid te anticiperen op de zwaarte van de te leveren zorg waardoor de continuïteit van de zorgverlening gerealiseerd kan worden.
Indien beleid is ingezet om de zelfredzaamheid te verbeteren, biedt de vastgelegde mate van zelfstandigheid de mogelijkheid de doeltreffendheid van de behandeling te evalueren.

final doublearrow Transactiegroep
NL-BS-TR-group-4.13link
Versie / ingangsdatum 2017‑12‑31    
U hebt ondersteuning voor SVG nodig in uw browser voor deze afbeelding
final rotate Registratie
NL-BS-TR-4.13link
Versie / ingangsdatum 3.1 - 2017‑12‑31    
Model ClinicalDocument Label nl.zorg.VermogenTotMondverzorging-3.1
Omschrijving -
Actor
Zender (persoon) Verwijzer Instelling A
Koppelingen
Onderliggende concepten
Concept Card/Conf Id
folder VermogenTotMondverzorging
0 … *
NL-CM-4.13.1link
Rootconcept van de bouwsteen VermogenTotMondverzorging. Dit concept bevat alle gegevenselementen van de bouwsteen VermogenTotMondverzorging.
treetree final  VerzorgenTanden
1 … 1
NL-CM-4.13.2link
Mondhygiëne: het verzorgen van mond en tanden/kiezen of gebitsprothese/ -orthese.
treetree folder Prothese
0 … *
NL-CM-4.13.4link
De gegevens over de door de patiënt gebruikte dentale hulpmiddelen.
treeblank treetree folder MedischHulpmiddel
1 … 1
NL-CM-2017-183link
Rootconcept van de bouwsteen MedischHulpmiddel. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen van de bouwsteen MedischHulpmiddel.
treeblank treeblank treetree folder Product
1 … 1
NL-CM-2017-184link
Het medische hulpmiddel dat wordt gebruikt (inwendig of uitwendig).
treeblank treeblank treeblank treetree final  ProductID
0 … 1
NL-CM-2017-185link
Unieke identificatie van het product, bijvoorbeeld het serienummer.
Veel gebruikte coderingen zijn HIBC en GTIN.
Indien de wet verplicht stelt dat deze geregistreerd wordt op basis van een UDI (Unique Device Identifier), dient de unieke identificatie opgebouwd te zijn uit een UDI-DI (Device Identifier) en een UDI-PI (Production Identifier(s)). Voor meer informatie, zie: http://www.gs1.org/healthcare/udi .

De UDI-DI dient m.b.t. GS1 GTIN (01) coderingen worden vastgelegd, waarmee o.a. een firma aan het producttype wordt gekoppeld. De UDI-PI dient te bestaan uit de volgende application identifier (AI); vervaldatum (17) en serienummer (21) en/of batch- of lotnummer (10).
treeblank treeblank treeblank treetree final  ProductType
0 … *
NL-CM-2017-186link
Een specificatie van het soort hulpmiddelen dat de patient gebruikt, zoals een prothese of orthothese.
treeblank treeblank treetree final  ProductOmschrijving
0 … 1
NL-CM-2017-187link
Tekstuele beschrijving van het product.
treeblank treeblank treetree final  BeginDatum
0 … 1
NL-CM-2017-188link
De startdatum van eerste toepassing of implantatie het medische hulpmiddel. Een vage datum, bijv. alleen een jaartal, is toegestaan.
treeblank treeblank treetree folder Indicatie
0 … *
NL-CM-2017-189link
De medische reden voor het gebruik van het medisch hulpmiddel.
treeblank treeblank treeblank treetree folder Probleem
1 … 1
NL-CM-2017-190link
Rootconcept van de bouwsteen Probleem.
Een probleem beschrijft een toestand met betrekking tot de gezondheid en/of het welzijn van een individu. Deze toestand kan zijn benoemd door de patiënt zelf (een klacht), of door zijn of haar zorgverlener (onder andere een diagnose).
treeblank treeblank treetree final  Toelichting
0 … 1
NL-CM-2017-191link
Opmerking bij de toepassing of informatie over het gebruikte hulpmiddel.
treeblank treeblank treetree final  AnatomischeLocatie
0 … 1
NL-CM-2017-192link
Anatomische locatie van het gebruikte hulpmiddel bij de patiënt.
treeblank treeblank treetree final  Lateraliteit
0 … 1
NL-CM-2017-193link
Lateraliteit verbijzondert de anatomische locatie door, indien van toepassing, de zijdigheid vast te leggen, bijvoorbeeld links.
treeblank treeblank treetree folder Locatie
0 … 1
NL-CM-2017-194link
De zorgaanbieder waar het gebruik van het hulpmiddel geïnitieerd werd of waar het hulpmiddel gïmplanteerd werd.
treeblank treeblank treeblank treetree folder Zorgaanbieder
1 … 1
NL-CM-2017-195link
Rootconcept van de bouwsteen Zorgaanbieder. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen van de bouwsteen Zorgaanbieder.
treeblank treeblank treetree folder Zorgverlener
0 … 1
NL-CM-2017-196link
De zorgverlener betrokken bij de indicatiestelling voor het gebruik of de implantatie van het hulpmiddel.
treeblank treeblank treeblank treetree folder Zorgverlener
1 … 1
NL-CM-2017-197link
Rootconcept van de bouwsteen Zorgverlener. Dit rootconcept bevat alle gegevenselementen van de bouwsteen Zorgverlener.
Bij verwijzing naar deze bouwsteen kan tevens de rol die de zorgverlener in het zorgproces vervult, worden meegegeven. Voor zorgverleners kan dit bijvoorbeeld hoofdbehandelaar of verwijzer zijn